ECLI:NL:HR:2005:AU3941

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
41696
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f AWRArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking cassatieberoep in omzetbelastingzaak

Na intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting, verzocht belanghebbende om vergoeding van proceskosten.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek op grond van artikel 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dat vergoeding van kosten alleen toelaat voor kosten gemaakt in het cassatiegeding.

Uit de specificatie van de kosten bleek dat deze uitsluitend betrekking hadden op de beroepsprocedure bij het hof en niet op het cassatiegeding. Daarom werd het verzoek afgewezen.

De Hoge Raad wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af en bevestigde dat artikel 29f AWR alleen ziet op kosten gemaakt in cassatie.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de kosten niet voor het cassatiegeding zijn gemaakt.

Uitspraak

Nr. 41.696
7 oktober 2005
whk
gewezen op na te melden verzoek van X B.V. te Z.
1. Verzoek
Na de intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 december 2004, nr. BK-03/02927, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, heeft belanghebbende het verzoek gedaan de Staatssecretaris te veroordelen in de hierna te vermelden proceskosten tot een bedrag van € 20.180,01.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
2. Beoordeling van het verzoek
Ingevolge artikel 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan de Hoge Raad de Staatssecretaris veroordelen in de kosten die een belanghebbende heeft gemaakt in verband met een door de Staatssecretaris ingesteld beroep in cassatie, ingeval deze het beroep in cassatie heeft ingetrokken. Blijkens de door belanghebbende bij haar verzoek overgelegde specificatie van de door haar gemaakte proceskosten betreffen deze kosten echter niet het geding in cassatie, maar uitsluitend de beroepsprocedure bij het Hof. Het verzoek moet derhalve worden afgewezen.
3. Beslissing
De Hoge Raad wijst het verzoek af.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2005.