ECLI:NL:HR:2005:AU4127
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van aanvraag tot herziening strafzaak poging tot doodslag en zware mishandeling
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin de aanvrager niet strafbaar werd verklaard voor poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, en werd ontslagen van alle rechtsvervolging met het bevel tot terbeschikkingstelling en verpleging.
Eerder had de Hoge Raad een aanvraag tot herziening van hetzelfde arrest niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden onvoldoende waren. In de huidige aanvraag werden opnieuw geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die een ernstig vermoeden van onjuistheid van het arrest konden wekken zoals vereist volgens artikel 457 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelde daarom dat de aanvraag niet-ontvankelijk is en wees deze af. Het arrest werd gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Corstens en Ilsink, en uitgesproken op 4 oktober 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe omstandigheden die een ernstig vermoeden van onjuistheid wekken.