ECLI:NL:HR:2005:AU4127

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01316/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van aanvraag tot herziening strafzaak poging tot doodslag en zware mishandeling

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin de aanvrager niet strafbaar werd verklaard voor poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, en werd ontslagen van alle rechtsvervolging met het bevel tot terbeschikkingstelling en verpleging.

Eerder had de Hoge Raad een aanvraag tot herziening van hetzelfde arrest niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden onvoldoende waren. In de huidige aanvraag werden opnieuw geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die een ernstig vermoeden van onjuistheid van het arrest konden wekken zoals vereist volgens artikel 457 Sv Pro.

De Hoge Raad oordeelde daarom dat de aanvraag niet-ontvankelijk is en wees deze af. Het arrest werd gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Corstens en Ilsink, en uitgesproken op 4 oktober 2005.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe omstandigheden die een ernstig vermoeden van onjuistheid wekken.

Uitspraak

4 oktober 2005
Strafkamer
nr. 01316/05 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 februari 1997, nummer 23/001679-96, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van het indienen van de aanvrage wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 21 juni 1996 - de aanvrager ter zake van "poging tot doodslag" en "poging tot zware mishandeling" niet strafbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging met het bevel dat de aanvrager ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
Bij arrest van de Hoge Raad van 6 mei 2003, nr. 02682/02 H, LJN AH8914, is een eerdere aanvrage tot herziening van het arrest van het Hof niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen.
Voor het overige kan hetgeen in de aanvrage is aangevoerd niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2º, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 4 oktober 2005.