ECLI:NL:HR:2005:AU4133
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk in poging tot doodslag zaak
De Rechtbank te Breda had de aanvraagster veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag en gelastte terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De aanvraagster verzocht om herziening van dit vonnis op grond van nieuwe omstandigheden.
De Hoge Raad beoordeelde de aanvraag en stelde vast dat de aanvraag tot herziening moest voldoen aan de voorwaarden van artikel 457 Sv Pro, waarin is bepaald dat alleen nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of toepassing van een lichtere straf zouden hebben geleid, tot herziening kunnen leiden.
De aanvraag bevatte echter geen dergelijke omstandigheden en voldeed niet aan de eisen van artikel 459 Sv Pro, die voorschrijven dat de aanvraag de relevante omstandigheden en bewijsmiddelen moet bevatten. Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvraag niet-ontvankelijk.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 4 oktober 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe omstandigheden.