ECLI:NL:HR:2005:AU4295
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbelastingheffing op nabetaling terbeschikkingstelling auto
Belanghebbende had van eind 1993 tot eind 2000 een geleasde auto van zijn werkgever ter beschikking gekregen. Op grond van een overeenkomst werd hem in oktober 2001 een nabetaling van ƒ 11.192 uitgekeerd, waarvan loonbelasting en premie volksverzekeringen werden ingehouden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding over een deelbedrag van ƒ 1927, omdat hij meende dat dit bedrag niet tot het loon behoorde.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de gehele nabetaling onverbrekelijk verbonden was met het genot van de ter beschikking gestelde auto en op grond van artikel 11a Wet LB niet tot het loon behoorde. Daarom werd de inhouding over ƒ 1927 teruggegeven. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 11a Wet LB alleen ziet op loon in natura, namelijk het genot van de auto, en niet op geldelijke betalingen. De nabetaling is daarom wel belastbaar loon. Ook de eerdere belastingaanslagen en eigen bijdragen van belanghebbende rechtvaardigen dit oordeel niet. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en bevestigde hiermee de rechtmatigheid van de loonbelastinginhouding over het betwiste bedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart de loonbelastinginhouding over de nabetaling terecht.