ECLI:NL:HR:2005:AU4300
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering in goede justitie bij geschil over WOZ-waarden sociale huurwoningen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van 733 onroerende zaken voor de jaren 2001 tot en met 2004. De WOZ-ambtenaar handhaafde het merendeel van de waarden, verklaarde een deel van de bezwaren gegrond en verlaagde de waarden bij enkele beschikkingen. Belanghebbende ging in beroep tegen 395 uitspraken, waarna het hof het beroep gegrond verklaarde, de uitspraken van de WOZ-ambtenaar vernietigde en de waarden zelf nader vaststelde.
Het college van burgemeester en wethouders stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht had geoordeeld dat beide partijen hun standpunten geloofwaardig hadden onderbouwd met taxatierapporten en argumenten, en dat het hof aan beide partijen evenveel gewicht had toegekend. Omdat geen van beide partijen voldoende aannemelijk had gemaakt dat hun waardering correct was, mocht het hof de waarde in goede justitie vaststellen.
De Hoge Raad verwierp tevens het middel dat het hof een systematische neerwaartse correctie op de waardering van sociale huurwoningen had toegepast, omdat daarvoor geen feitelijke grondslag bestond. De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders wordt ongegrond verklaard en de waardering van de WOZ-waarden door het hof bevestigd.