ECLI:NL:HR:2005:AU4307
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over grondwaterbelasting en retourbemaling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag grondwaterbelasting opgelegd over de periode 1 maart 2001 tot en met 31 juli 2001, inclusief een boete. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verlaagde de boete. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of het terugvloeien van water via een defecte gresbuis in de bouwput als oppervlaktewater moet worden gezien, waardoor het niet als grondwateronttrekking belast zou zijn. Het Hof oordeelde dat ook dit water als grondwateronttrekking moest worden beschouwd en wees de vrijstelling voor retourbemaling af.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onjuist heeft geoordeeld indien het teruggevloeide water als grondwater werd aangemerkt en onvoldoende heeft gemotiveerd dat het water opnieuw als grondwater werd opgepompt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor herbeoordeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad gelast tevens vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende en laat de proceskostenveroordeling aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.