ECLI:NL:HR:2005:AU4308
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon bij onderneming in opbouw en verliesverrekening in loonbelasting
Belanghebbende en haar echtgenoot brachten in 1997 hun hotelonderneming in een vennootschap onder firma, A B.V., waarin zij elk vijftig procent van de aandelen bezitten. In 1999 was het hotel tijdelijk gesloten vanwege een omvangrijke verbouwing van ruim ƒ 3.500.000. Belanghebbende verrichtte arbeid voor de B.V. zonder beloning, waarbij het gebruikelijke loon door haar werd gesteld op ƒ 14.270, terwijl de Inspecteur dit verhoogde tot ƒ 84.000.
Het Hof oordeelde dat het gebruikelijke loon niet op ƒ 84.000 kon worden vastgesteld en stelde dit vast op ƒ 65.000, mede omdat de verliezen van de B.V. mede te wijten waren aan de verbouwing en het ging om een onderneming in opbouw waar in de eerste jaren geen winst te verwachten is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep in cassatie.
De Hoge Raad overwoog dat het gebruikelijke loon op basis van de opbrengsten van de B.V., verminderd met de aan die opbrengsten toe te rekenen kosten, niet altijd een goede maatstaf is, vooral niet bij een onderneming in opbouw met aanzienlijke verliezen. De overige klachten faalden eveneens, zodat het beroep ongegrond werd verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het gebruikelijke loon wordt vastgesteld op ƒ 65.000.