ECLI:NL:HR:2005:AU4787
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Nietigheid beding geldleningsovereenkomst ter ontduiking overdrachtsbelasting bij woningverkoop
In deze zaak stond de nietigheid van een beding in een geldleningsovereenkomst centraal, waarbij werd gesteld dat dit beding ertoe diende een deel van de koopsom 'onder tafel' te betalen met het oogmerk overdrachtsbelasting te ontduiken.
De eiser had de verweerder gedagvaard en gevorderd tot betaling van een bedrag van ƒ 21.000,-- vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank veroordeelde de verweerder tot betaling van een bedrag van € 9.529,38 plus rente en kosten. Het hof vernietigde echter deze vonnissen en wees de vordering van eiser af, waarbij eiser in de proceskosten werd veroordeeld.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie, die nihil werden begroot tot aan deze uitspraak.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof waarbij de vordering is afgewezen.