ECLI:NL:HR:2005:AU4949
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe omstandigheden bij feitelijke aanranding
De aanvrager was door de Politierechter te Arnhem veroordeeld wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf werden opgelegd.
In het herzieningsverzoek werden nieuwe omstandigheden aangevoerd, zoals een ernstige beenbreuk uit 1995 die het lopen met kruk of wandelstok noodzakelijk maakt, verlies van functie in het rechteroog door een eerder ongeval, en het ontbreken van getuigenverklaringen die de aanranding bevestigen.
De Hoge Raad beoordeelde dat deze omstandigheden niet het ernstig vermoeden wekken dat, indien zij bij het oorspronkelijke onderzoek bekend waren geweest, dit tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf had geleid.
Daarom werd het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe omstandigheden die het vonnis zouden kunnen wijzigen.