ECLI:NL:HR:2005:AU4951
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek na veroordeling mishandeling
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor mishandeling en kreeg een straf van onbetaalde arbeid opgelegd in plaats van gevangenisstraf. Later werd de gevangenisstraf alsnog opgelegd en ten uitvoer gelegd. De aanvrage tot herziening betrof deze veroordeling en de daaropvolgende beslissing.
De Hoge Raad beoordeelde de aanvrage en stelde vast dat de aangevoerde gronden niet voldeden aan de wettelijke vereisten voor herziening, omdat er geen nieuwe, bij het oorspronkelijke onderzoek onbekende omstandigheden waren die een andere uitkomst hadden kunnen rechtvaardigen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de beslissing van 15 maart 2001, die gebaseerd was op een specifieke wetsbepaling, geen einduitspraak is in de zin van de herzieningsregels. Daarom werd de aanvrage niet-ontvankelijk verklaard en werd de herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk en wijst het verzoek af.