ECLI:NL:HR:2005:AU5287
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens onbevoegde indiener
De Hoge Raad behandelde een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de Politierechter te Dordrecht waarin de veroordeelde was veroordeeld voor mishandeling tot een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis.
Het verzoek tot herziening werd ingediend door een persoon die door de veroordeelde bij bijzondere volmacht schriftelijk was gemachtigd, maar niet door de veroordeelde zelf of diens advocaat. Volgens artikel 458, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan alleen de veroordeelde zelf of een namens hem optredende advocaat een herzieningsverzoek indienen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet deze mogelijkheid niet kent om een herzieningsverzoek via een gevolmachtigde zonder advocaat in te dienen en verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Hiermee werd het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en bevestigt de strikte interpretatie van de procesregels omtrent herzieningsverzoeken in strafzaken.
Uitkomst: Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegde indiener.