ECLI:NL:HR:2005:AU5481
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste kwalificatie medeplegen schuldwitwassen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het voorhanden hebben van grote hoeveelheden geld waarvan redelijkerwijs moest worden vermoed dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf. Het hof had het bewezenverklaarde feit gekwalificeerd als medeplegen van witwassen ex art. 420bis Sr en veroordeelde verdachte tot twintig maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewezenverklaarde feit niet viel onder medeplegen van witwassen (art. 420bis Sr), maar onder medeplegen van schuldwitwassen zoals bedoeld in art. 420quater Sr. Dit betekent dat het hof het toepasselijke strafmaximum van één jaar gevangenisstraf had overschreden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend wat betreft de kwalificatie en de strafoplegging.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging binnen het juiste wettelijke kader. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een correcte strafrechtelijke kwalificatie en het respecteren van de wettelijke strafmaxima.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd wegens onjuiste kwalificatie en strafoplegging, en de zaak is terugverwezen voor nieuwe strafoplegging binnen het strafmaximum van art. 420quater Sr.