ECLI:NL:HR:2005:AU6452
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toerekening arbeidskostenforfait bij premieheffing volksverzekeringen
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte in 1999 deels in België en deels in Nederland. Voor de premieheffing volksverzekeringen werd een discussie gevoerd over de juiste toerekening van het arbeidskostenforfait bij de berekening van het premie-inkomen.
Het hof had geoordeeld dat het arbeidskostenforfait volledig aan de Nederlandse arbeidsinkomsten moest worden toegerekend, waardoor het premie-inkomen hoger uitviel. De Hoge Raad oordeelt echter dat het forfait naar rato van de Belgische en Nederlandse arbeidsinkomsten moet worden toegerekend, conform artikel 4, lid 3, van de Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen en de Verordening 1408/71.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond, waarmee de aanslag op het premie-inkomen wordt verminderd. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van internationale sociale zekerheidsregels bij grensoverschrijdende arbeidsrelaties.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.