ECLI:NL:HR:2005:AU6458
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling personeelsreis in loonbelasting na naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over het jaar 1997 wegens loonbelasting en premie volksverzekeringen, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag verder. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof, terwijl de Staatssecretaris van Financiën een incidenteel cassatieberoep instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de reizen die belanghebbende aan haar werknemers en hun partners had aangeboden, konden worden aangemerkt als personeelsreizen in de zin van artikel 16c van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990. Het Hof oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de reizen niet gezamenlijk door het personeel werden ondernomen maar in verschillende varianten en periodes, hetgeen de Hoge Raad bevestigde.
De Hoge Raad verwierp de middelen van het cassatieberoep en verklaarde zowel het principale als het incidentele beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Hiermee bleef de aanslagvermindering van het Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de reizen geen personeelsreis zijn in de zin van artikel 16c Uitvoeringsregeling loonbelasting.