ECLI:NL:HR:2005:AU6555
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens bekendheid nieuw bewijs bij veroordeling medeplegen gebruik vervalste betaalpas
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2002, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk gebruik van een vervalste betaalpas en valsheid in geschrift. De aanvrager betoogde dat nieuw bewijs, bestaande uit een fouilleringsformulier van 26 december 2000, zou aantonen dat de in beslag genomen bankpassen en bonnen geen verband hielden met het onderzoek waarvoor hij was aangehouden.
De Hoge Raad beoordeelde dat dit bewijs niet nieuw was, aangezien het fouilleringsformulier reeds onderdeel uitmaakte van de processtukken tijdens het oorspronkelijke onderzoek. Hierdoor was het bewijs niet onbekend bij de rechter die de veroordeling had uitgesproken.
Op grond hiervan concludeerde de Hoge Raad dat het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond was en wees het verzoek af. De beslissing bevestigt dat alleen daadwerkelijk nieuwe, niet eerder bekende omstandigheden die tot vrijspraak of ontslag kunnen leiden, een grond voor herziening vormen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat het aangevoerde bewijs niet nieuw is.