ECLI:NL:HR:2005:AU6887
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Parkeerbelasting verschuldigd bij aanvang parkeren ondanks late aanslagbekendmaking
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor parkeren op 3 mei 2001 in Amsterdam. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. Het hof stelde vast dat de parkeercontroleurs zich bedreigd voelden en daarom het aanslagbiljet niet direct uitreikten of aan het voertuig aanbrachten.
De Hoge Raad bevestigt dat het niet direct uitreiken van het aanslagbiljet de rechtsgeldigheid van de naheffingsaanslag niet aantast, mede omdat de wetgever voorzien heeft in de mogelijkheid van een duplicaat aanslagbiljet dat later kan worden toegezonden. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de zogenaamde Herinnering die aan belanghebbende werd gestuurd niet voldoet aan de eisen van een aanslagbiljet, omdat het bedrag van de belasting en kosten niet afzonderlijk vermeld zijn.
Desondanks leidde deze Herinnering ertoe dat belanghebbende tijdig bezwaar maakte, waardoor het bezwaar niet niet-ontvankelijk werd verklaard. Verder bevestigt de Hoge Raad dat parkeerbelasting verschuldigd is vanaf het moment van parkeren, met een korte redelijke tijd om naar de parkeerautomaat te lopen, maar zonder rekening te houden met tijd om geld te wisselen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat parkeerbelasting verschuldigd is vanaf aanvang parkeren ondanks late aanslagbekendmaking.