ECLI:NL:HR:2005:AU7374

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02465/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in zaak geweldpleging met dodelijke afloop

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1999, waarbij de aanvrager werd veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld en dodelijke afloop.

Eerdere herzieningsverzoeken zijn door de Hoge Raad in 2003 reeds niet-ontvankelijk verklaard. De huidige aanvraag steunt deels op dezelfde gronden die toen reeds zijn afgewezen en bevat geen nieuwe omstandigheden die een ernstig vermoeden van onjuistheid van het arrest rechtvaardigen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aanvraag niet voldoet aan de vereisten van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2º, van het Wetboek van Strafvordering en verklaart de aanvraag daarom niet-ontvankelijk. Hiermee blijft het oorspronkelijke arrest van het hof ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigt de veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf.

Uitspraak

22 november 2005
Strafkamer
nr. 02465/05 H
IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 september 1999, nummer 22/000756-99, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de aanvrage tot herziening gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 8 maart 1999 - de aanvrager vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair en subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft" veroordeeld tot twaalf jaren gevangenisstraf.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
Bij arresten van de Hoge Raad van 25 maart 2003, nr. 02597/02 H, en 14 oktober 2003, nr. 01658/03 H, zijn eerdere aanvragen tot herziening van het arrest van het Hof niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissingen ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen.
Voor het overige kan hetgeen in de aanvrage is aangevoerd niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2º, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 november 2005.