ECLI:NL:HR:2005:AU7716
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding van proceskosten en schade bij intrekking beroep naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 1998 en 1999, maar trok dit beroep bij brief van 20 november 2002 in. Vervolgens verzocht hij de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en schade op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Hof wees dit verzoek af, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onjuist had geoordeeld dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor vergoeding van schade bij intrekking van een beroep, aangezien artikel 8:73a Awb per 1 april 2002 deze mogelijkheid wel biedt. Desondanks konden de klachten niet tot cassatie leiden omdat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende geen kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand had gemaakt en ook niet aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door handelingen van de Inspecteur.
De Hoge Raad bevestigde dat deze feitelijke oordelen niet onbegrijpelijk zijn en dat zij een veroordeling tot vergoeding van proceskosten en schade in de weg staan. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op vergoeding van proceskosten en schade bij intrekking van het beroep.