ECLI:NL:HR:2005:AU7725
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering aandelen en belastingschuld vennootschap in vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag vermogensbelasting opgelegd op basis van een bepaald vermogen, inclusief een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslag, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en verlaagde de aanslag aanzienlijk.
De Hoge Raad oordeelt dat bij de waardering van aandelen in een vennootschap de werkelijke belastingschulden van die vennootschap op het begin van het belastingjaar moeten worden betrokken, ook als deze belastingschulden pas later blijken. Dit betekent dat de waardering niet kan worden gebaseerd op een lagere schatting van belastingschulden dan de werkelijke, onherroepelijk vaststaande aanslagen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van dit oordeel. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 9 december 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de werkelijke belastingschulden bij waardering van aandelen.