ECLI:NL:HR:2005:AU7730
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Verbod op aanvulling mondelinge uitspraak door schriftelijke bij belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 174.921, welke na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Vervolgens werd de aanslag ambtshalve verminderd tot ƒ 162.021. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag handhaafde zoals verminderd.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof bij de mondelinge uitspraak het standpunt innam dat het salaris van belanghebbende volledig rechtvaardigde het gebruikelijk loon, maar dat het hof in de schriftelijke uitspraak deze motivering wezenlijk wijzigde zonder daartoe bevoegd te zijn. Dit is in strijd met het verbod op aanvulling van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een volledige herbehandeling. Tevens werden de kosten van het cassatieproces aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onrechtmatige aanvulling van de mondelinge uitspraak en verwijst de zaak voor volledige herbehandeling.