ECLI:NL:HR:2005:AU8177
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering kavels in inkomstenbelastingzaak 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 586.991, waarvan ƒ 395.000 werd belast volgens artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 343.991, waarvan ƒ 152.000 werd belast volgens artikel 57a.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had gemotiveerd waarom de waarde van de kavels per stuk op ƒ 200.000 werd vastgesteld, terwijl het taxatierapport uitging van een waarde vrij op naam en inclusief omzetbelasting. Hierdoor moest bij de waardebepaling rekening worden gehouden met deze factoren.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het hofarrest behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de helft van de proceskosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de waardering van de kavels.