ECLI:NL:HR:2005:AU8529
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over cumulatie van verzuimboeten bij gecombineerde belastingaanslagen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 gelijktijdig aanslagen opgelegd voor inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV), premie Ziekenfondswet (Zfw) en premie Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Bij deze aanslagen werden verzuimboeten opgelegd wegens het niet doen van aangifte: ƒ 2500 voor IB/PVV en ƒ 250 voor Zfw, met onbekende hoogte voor WAZ.
De boetebeschikkingen werden door de Inspecteur gehandhaafd na bezwaar, en het Hof verklaarde de beroepen ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraken van het Hof.
De Hoge Raad stelt dat wanneer meerdere verzuimen voortkomen uit het niet of te laat indienen van één aangiftebiljet, het evenredigheidsbeginsel vereist dat de boetes niet cumulatief worden toegepast. In de regel mag het totaalbedrag van de boetes niet hoger zijn dan de boete voor het zwaarst te beboeten verzuim volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998.
Het Hof had dit niet correct toegepast door de cumulatie van boetes toe te staan zonder rekening te houden met dit beginsel. Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraken van het Hof en verwijst de zaken terug voor herbeoordeling, waarbij bijzondere omstandigheden kunnen worden meegewogen.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieproces en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van het Hof en verwijst de zaken terug voor herbeoordeling met toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij cumulatie van verzuimboeten.