ECLI:NL:HR:2005:AU8540
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over uitgestelde rente en navorderingsaanslag 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een navorderingsaanslag opgelegd op grond van een vermeende hogere belastbare inkomsten uit vermogen. Het hof had deze aanslag verminderd maar toch een bedrag aan uitgestelde rente als inkomen in aanmerking genomen op basis van artikel 24, lid 4, Wet IB 1964.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de schuldvordering van belanghebbende op D B.V. daadwerkelijk aanwezig was, aangezien belanghebbende stelde dat de schuldvordering door verrekening was tenietgegaan. Daarnaast benadrukt de Hoge Raad dat artikel 24, lid 4, niet ziet op situaties waarin rente of huur pas na een langere dan gebruikelijke termijn wordt betaald, en dat correctie pas dient te plaatsvinden op het moment van daadwerkelijke betaling.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.