ECLI:NL:HR:2005:AU8545
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ambtelijk verzuim
Belanghebbende, een vennootschap, werd aanvankelijk voor het jaar 2000 aangeslagen in de vennootschapsbelasting op een belastbaar bedrag van ƒ 400.000. Later legde de inspecteur een navorderingsaanslag op met een belastbaar bedrag van ƒ 604.441, conform de door belanghebbende ingediende aangifte. De inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de navorderingsaanslag niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende in beroep ging bij het hof.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verklaarde het bezwaar ontvankelijk en handhaafde de navorderingsaanslag. De Hoge Raad werd in cassatie gevraagd het oordeel van het hof te toetsen.
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslag niet beschikte over het vereiste nieuwe feit, omdat hij niet had gelet op de door belanghebbende ingediende aangifte. Dit ambtelijk verzuim maakt de navorderingsaanslag onrechtmatig. Het hof had dit ten onrechte anders beoordeeld. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en de navorderingsaanslag, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht en de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de navorderingsaanslag wegens ambtelijk verzuim bij de primitieve aanslag.