ECLI:NL:HR:2005:AU8547
Hoge Raad
- Herziening
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening arrest Hoge Raad inzake parkeerbelasting Rotterdam
Het verzoek tot herziening betreft een arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2005, waarin het beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Rotterdam ongegrond werd verklaard.
De verzoeker stelde dat er nieuwe feiten waren, namelijk het bestaan van twee parkeerautomaten bij Rotterdam Airport die ook muntinworp accepteren, hetgeen volgens hem de rechtmatigheid van het voorschrijven van betaling met een chipkaart zou ondermijnen. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze feiten niet relevant zijn voor de gronden van het oorspronkelijke arrest en dat zij niet tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.
Op grond van artikel 29e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan herziening slechts plaatsvinden indien nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, tot een andere uitspraak zouden leiden. Dit verzoek voldeed hier niet aan, zodat het verzoek tot herziening werd afgewezen.
De Hoge Raad besloot het onderzoek te sluiten en zag geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 23 december 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het arrest inzake parkeerbelasting wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe relevante feiten.