ECLI:NL:HR:2005:AU9060

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02700/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden

De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een in 1957 door de Krijgsraad te velde gewezen vonnis waarbij de aanvrager was veroordeeld tot militaire detentie wegens opzettelijke ongehoorzaamheid in oorlogstijd.

Het verzoek tot herziening werd getoetst aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, dat stelt dat alleen nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die een ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het vonnis kunnen doen rijzen, grondslag kunnen zijn voor herziening.

De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage geen nieuwe feiten bevatte die aan deze criteria voldeden. De aanvrage voldeed ook niet aan de inhoudelijke eisen van artikel 459 Sv Pro, waarin is voorgeschreven dat de aanvrage een opgave van bewijsmiddelen moet bevatten die de nieuwe omstandigheden aantonen.

Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de oorspronkelijke veroordeling gehandhaafd.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.

Uitspraak

20 december 2005
Strafkamer
nr. 02700/05 H
LR/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Krijgsraad te velde West van 26 juni 1957, nummer 295/57, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1920, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Krijgsraad heeft de aanvrager ter zake van "opzettelijke ongehoorzaamheid, gepleegd in tijd van oorlog" veroordeeld tot één week militaire detentie.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden van feitelijke aard als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 december 2005.