ECLI:NL:HR:2005:AX8882
Hoge Raad
- Raadkamer
- W.J.M. Davids
- A.G. Pos
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Verlenging schorsing raadsheer wegens lopend gerechtelijk vooronderzoek
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad verzocht om de schorsing van een raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden te verlengen met drie maanden, omdat het gerechtelijk vooronderzoek tegen deze betrokkene nog voortduurt.
Op 28 september 2005 heeft de Hoge Raad in raadkamer dit verzoek onderzocht. De raadsman van de betrokkene heeft laten weten dat noch hij noch de betrokkene zelf in raadkamer zal verschijnen en zich wenst te beroepen op het eerdere oordeel van de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest van 7 juli 2005 waarin de gronden voor de schorsing zijn vastgesteld en oordeelt dat deze gronden onverminderd aanwezig zijn. Daarom wordt de schorsing van de raadsheer als rechterlijk ambtenaar verlengd voor de wettelijke termijn van drie maanden.
Het arrest is in het openbaar uitgesproken door de vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van president W.J.M. Davids en met deelname van vier raadsheren.
Uitkomst: De Hoge Raad verlengt de schorsing van de raadsheer als rechterlijk ambtenaar voor drie maanden.