ECLI:NL:HR:2006:AR6478
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omkering bewijslast en kwijtschelding belastingverhoging loonbelasting 1995
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over 1995 opgelegd met een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur kwijtschelding verleende tot 50%. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijs van onjuistheid van de aanslag bij belanghebbende legde vanwege ernstig bewaarverzuim van factuurspecificaties, wat rechtvaardigt dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Het hof had het beroep terecht ongegrond verklaard omdat belanghebbende niet aan deze bewijslast voldeed.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest echter voor zover het de verhoging betrof en besloot de verhoging verder te kwijtschelden tot een bedrag van ƒ 29.605 (€ 13.434,16), vanwege overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar in de cassatieprocedure. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de verhoging en vermindert de belastingverhoging wegens overschrijding van de redelijke termijn en ernstig bewaarverzuim.