ECLI:NL:HR:2006:AT3045
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen accijns minerale olie wegens ontbreken bewijs heffing
Belanghebbende, een vervoerder van zware stookolie, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd wegens het ontbreken van documenten die de herkomst en heffing van een partij stookolie konden aantonen. De Inspecteur stelde dat de olie niet overeenkomstig de Wet accijns in de heffing was betrokken. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslagen.
In cassatie stelde belanghebbende dat geen belastingschuld was ontstaan omdat de olie onder een vrijstelling viel. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had vastgesteld of andere betrokkenen de olie al dan niet in de heffing hadden betrokken, terwijl dit essentieel was voor de beoordeling. Hierdoor kon het Hof zijn oordeel niet baseren op voldoende feiten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en de naheffingsaanslagen, en bepaalde dat de Staat het griffierecht en de proceskosten aan belanghebbende moest vergoeden. De zaak werd niet terugverwezen maar definitief afgedaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen accijns en brandstoffenbelasting worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de olie niet in de heffing was betrokken.