ECLI:NL:HR:2006:AT3048
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over tariefindeling van bevroren rundvlees onder post 0202 30 50 van de Gecombineerde Nomenclatuur
Belanghebbende heeft een partij bevroren rundvlees uit Zimbabwe aangegeven onder post 0202 30 50 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Na verificatie en laboratoriumonderzoek bleek het vlees niet uit hele 'chucks and blades' te bestaan, maar uit delen daarvan. De douane heffingsrechten op basis van post 0202 30 90. Belanghebbende betwistte deze indeling en ging in beroep bij de Tariefcommissie, later het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil is de uitleg van post 0202 30 50 GN en de aanvullende aantekening 1A h 11, die 'chucks and blades' omschrijft. Belanghebbende stelt dat deze post ook losse delen omvat, terwijl het Hof oordeelde dat het om hele stukken moet gaan. De Hoge Raad constateert dat er gerechtvaardigde twijfel bestaat over de uitleg van deze post, mede door verschillen in taalversies en handelspraktijken.
Daarom verzoekt de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitspraak over de vraag of losse stukken vlees die afkomstig zijn van het omschreven deel van de voorvoet onder post 0202 30 50 kunnen worden ingedeeld, en welke voorwaarden daaraan eventueel verbonden zijn. De procedure wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de uitleg van tariefpost 0202 30 50 GN.