ECLI:NL:HR:2006:AU2717
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat afvoersloot en vijvers oppervlaktewater zijn in verontreinigingsheffing
Aan het Waterschap is voor het jaar 2001 een voorlopige aanslag in de verontreinigingsheffing rijkswateren opgelegd. Na bezwaar handhaafde het hoofd van het Bureau verontreinigingsheffing rijkswateren de aanslag. Het Waterschap ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag en uitspraak vernietigde. De Minister stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de afvoersloot, afvoervijver en buffervijvers als oppervlaktewater moeten worden aangemerkt volgens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Het betoog dat dit niet zo is omdat het water alleen wordt gevoed door afval- en regenwater werd verworpen. Tevens werd bevestigd dat oppervlaktewater niet tegelijkertijd een zuiveringstechnisch werk kan zijn.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Minister in de proceskosten. Hiermee bleef de uitspraak van het Hof in stand en werd bevestigd dat het Waterschap terecht werd aangeslagen voor de verontreinigingsheffing over het betreffende waterstelsel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.