ECLI:NL:HR:2006:AU3253
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad door intrekking subsidie ondanks gerechtvaardigd vertrouwen
In deze zaak vorderde het Regionaal Bestuur voor Arbeidsvoorziening (RBA) terugbetaling van subsidie van Stichting The European Club Support Foundation-Rijnmond (SFR). RBA trok de subsidie in wegens niet-naleving van subsidievoorwaarden. SFR stelde dat zij gerechtvaardigd had mogen vertrouwen op mededelingen van RBA dat bepaalde voorwaarden niet zouden gelden, en dat de intrekking daarom onrechtmatig was.
De bestuursrechtelijke procedures wezen uit dat SFR niet als direct belanghebbende werd aangemerkt en daarom niet ontvankelijk was in bezwaar en beroep. Het hof stelde echter vast dat SFR door toedoen van RBA gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat het niet voldoen aan bepaalde subsidievoorwaarden geen gevolgen zou hebben voor de subsidieverlening.
De Hoge Raad bevestigde dat de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit niet geldt ten opzichte van SFR, die niet als partij kon optreden in de bestuursrechtelijke procedure. De intrekking was jegens SFR onrechtmatig vanwege het geschonden vertrouwensbeginsel. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van de door SFR geleden schade, waarbij de vraag naar de contractuele verhouding tussen SFR en GMD buiten cassatie bleef.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtsbescherming voor niet direct-belanghebbenden die door bestuursbesluiten worden getroffen en verduidelijkt de verhouding tussen bestuursrechtelijke en civiele rechtsgang.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de intrekking van de subsidie jegens SFR onrechtmatig was en veroordeelt de Staat tot vergoeding van schade.