ECLI:NL:HR:2006:AU3490
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekveroordeling bij afwezigheid verdachte ondanks persoonlijke dagvaarding
De zaak betreft een verdachte die persoonlijk was gedagvaard voor een terechtzitting bij de Politierechter, maar niet verscheen omdat hij op dat moment in verzekering was gesteld en in detentie verbleef. De rechtbank behandelde de zaak bij verstek en veroordeelde hem. De verdachte stelde hoger beroep in vanuit detentie, maar verscheen ook niet bij het hof, dat eveneens bij verstek oordeelde.
De Hoge Raad bevestigt het uitgangspunt dat wanneer een verdachte persoonlijk is gedagvaard en niet verschijnt, de rechter mag aannemen dat hij vrijwillig afstand doet van zijn recht op aanwezigheid, tenzij duidelijke aanwijzingen anders. Het hof was niet verplicht om nader onderzoek te doen naar de afwezigheid van de verdachte in hoger beroep, ook al was hij in eerste aanleg in detentie.
Hoewel achteraf kan blijken dat het aanwezigheidsrecht feitelijk is geschonden, wordt dit in eerste aanleg hersteld door een behandeling in hoger beroep in aanwezigheid van de verdachte. In deze zaak vond ook in hoger beroep verstek plaats, maar de dagvaarding was op correcte wijze aan de griffier betekend omdat de verblijfplaats van de verdachte onbekend was. De Hoge Raad concludeert dat de verdachte geacht moet worden alsnog afstand te hebben gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de verstekveroordeling in hoger beroep stand houdt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verstekveroordeling van de verdachte.