ECLI:NL:HR:2006:AU4336
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake landbouwvrijstelling bij niet feitelijk gebruikte grond
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad stelde vast dat het perceel slechts was omgespit en onkruidvrij gehouden, bestemd voor de bouw van tuinbouwkassen, maar niet feitelijk gebruikt voor landbouwproductie.
Het Hof had geoordeeld dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was omdat het perceel niet feitelijk werd gebruikt voor het voortbrengen van landbouwproducten. Belanghebbende stelde dat de grond ook dienstbaar kon zijn zonder feitelijke teelt. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een te beperkte uitleg gaf en dat het bedrijfsklaar maken van het perceel binnen het kader van een landbouwbedrijf viel.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van het Hof en de aanslag van de Inspecteur, en stelde de aanslag op nihil. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot nihil wegens toepassing van de landbouwvrijstelling.