ECLI:NL:HR:2006:AU5177
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werktuigenvrijstelling onroerendezaakbelasting bij elektriciteitscentrale
Belanghebbende exploiteert een elektriciteitscentrale op meerdere percelen waarvoor aanslagen onroerendezaakbelasting zijn opgelegd door de gemeente Velsen. De kern van het geschil betrof de vraag of de werktuigen in de gebouwen roerend of onroerend zijn en of zij onder de werktuigenvrijstelling vallen, die inhoudt dat werktuigen die verwijderd kunnen worden met behoud van hun waarde niet in de heffingsgrondslag worden meegenomen.
Het hof heeft veronderstellenderwijs aangenomen dat de werktuigen onroerend zijn, maar geoordeeld dat zij verwijderbaar zijn met behoud van hun waarde als zodanig. Dit oordeel werd aangevochten in cassatie. De Hoge Raad bevestigde dat enige niet-betekenisvolle beschadiging bij verwijdering niet uitsluit dat de werktuigenvrijstelling van toepassing is, ook als niet-losneembare verbindingen worden verbroken maar later weer hersteld kunnen worden.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat het demontageproces en tijdelijke gedemonteerde staat geen belemmering vormen voor de vrijstelling. De omvang en duurzame plaats van de werktuigen sluiten verwijderbaarheid met behoud van waarde niet uit. De middelen van het college van burgemeester en wethouders faalden, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.