ECLI:NL:HR:2006:AU5196

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
41054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
post 7609 00 00 GNpost 7307 GNaantekening 2 afdeling XVaantekening 2 afdeling XVI
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling indeling aluminium buis als hulpstuk voor buisleidingen onder douaneregeling

Belanghebbende ontving van de Inspecteur een bindende tariefinlichting voor een aluminium buis die bestemd is voor het doorleiden van rookgassen van een verwarmingsketel. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de indeling onder post 7609 00 00 van de gecombineerde nomenclatuur gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de buis een hulpstuk is voor buisleidingen en een deel voor algemeen gebruik.

In cassatie stelde belanghebbende dat de buis meer is dan een hulpstuk vanwege de strikte specificaties en kwaliteitsnormen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het product voldoet aan de omschrijving van hulpstukken zoals bedoeld in post 7609 00 00, mede gelet op de GS-toelichting op post 7307. Het feit dat de buis rookgassen afvoert en aan keuringseisen voldoet, doet hieraan niet af.

De Hoge Raad oordeelde tevens dat de term 'deel voor algemeen gebruik' correct is toegepast. Er waren geen gronden voor een veroordeling in proceskosten. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.

Uitspraak

Nr. 41.054
3 maart 2006
LC
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 juni 2004, nr. 01/90002 DK, betreffende na te melden bindende tariefinlichting.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is door de Inspecteur bij beschikking een bindende tariefinlichting verstrekt, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal W. de Wit heeft op 8 september 2005 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
De bindende tariefinlichting is afgegeven voor een buis die in de aanvraag is omschreven als een enkelwandige dikwandige gasdichte aluminium bocht voor een centrale verwarmingsketel.
Het betreft een ronde buis, verkregen door spuitgieten van een legering van aluminium, koper en zink. De wand van de buis is ongeveer 3 millimeter dik. De buis vertoont een kromming. Zij heeft een totale gestrekte lengte van ongeveer 11 (korte zijde van de kromming) tot 18 centimeter (lange zijde van de kromming). Aan de lange zijde is de buis boogvormig, aan de korte zijde hoekig. De kromming bedraagt ongeveer 135 graden. De buitendiameter van de buis bedraagt - met uitzondering van de uiteinden - ongeveer 6,3 centimeter. De buis is aan één zijde voorzien van een insteekeinde en aan de andere zijde van een omsteekeinde. De buis is bestemd om rookgassen, afkomstig van een verwarmingsketel, door te leiden. Zij voldoet aan de daarvoor vereiste specificaties, in het bijzonder de keuringseisen van Gastec, het centrum voor Gastechnologie. De buis wordt afzonderlijk voor verkoop aangeboden, derhalve niet vast in combinatie met een verwarmingsketel of met andere buisstukken.
De Inspecteur heeft de buis ingedeeld onder de post 7609 00 00 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN).
3.2. In de GN is post 7609 00 00 als volgt omschreven: "Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen) van aluminium". Volgens de toelichting van het geharmoniseerde systeem (hierna: GS) op post 7609 00 00 is de GS-toelichting op post 7307 betreffende soortgelijke artikelen van ferrometalen van overeenkomstige toepassing. De GS-toelichting op post 7307 houdt - in een Nederlandse vertaling - onder meer in:
Deze post heeft betrekking op hulpstukken (fittings) van gietijzer, ijzer of staal, die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het samenvoegen of verbinden van twee buizen of buisvormige delen, van een buis met een ander voorwerp, of voor het afsluiten van bepaalde delen van buisleidingen, met uitzondering evenwel van artikelen die worden gebruikt voor het installeren van pijpen en buizen en welke geen deel hebben aan de functie van de buisleiding (bijvoorbeeld bevestigingsbeugels ...).
(...)
Van onder deze post vallende goederen kunnen worden genoemd, gladde flenzen of flenzen met versterkte kraag, ellebogen, lasbochten, reductiemoffen, T-stukken, kruisstukken, kappen en pluggen met stomplassen, verbindingsstukken voor uit buizen samengestelde leuningen, meervoudige spruitstukken, koppelingen of moffen, stankafsluiters, nippels, voegringen, klemfittings en kragen.
3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het onderhavige product is bestemd om als verbindingsstuk te dienen voor een buisleiding, die moet worden afgebogen. Daarmee voldoet het product, aldus het Hof, gelet op het materiaal waarvan het is vervaardigd, aan de bewoordingen van post 7609 00 00, te weten een hulpstuk voor een buisleiding van aluminium, zodat het product onder die post moet worden ingedeeld.
3.4. Het middel betoogt onder meer dat het product, hoewel bestemd om te dienen als verbindingsstuk, meer is dan een hulpstuk voor buisleidingen als bedoeld in post 7609 00 00, aangezien de buis voldoet aan zeer strikte specificaties en kwaliteitsnormen. Het middel faalt in zoverre. In 's Hofs onder 3.3 vermelde oordeel ligt besloten het oordeel dat het product een hulpstuk is voor buisleidingen, als bedoeld in post 7609 00 00. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet op de GS-toelichting op post 7307, die van overeenkomstige toepassing is op post 7609 00 00, heeft laatstvermelde post betrekking op hulpstukken (fittings) van aluminium die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het samenvoegen of verbinden van twee buizen of buisvormige delen, van een buis met een ander voorwerp, of voor het afsluiten van bepaalde delen van buisleidingen, met uitzondering van artikelen die worden gebruikt voor het installeren van pijpen en buizen en welke geen deel hebben aan de functie van de buisleiding. De omstandigheid dat het onderhavige product is bestemd om rookgassen afkomstig van een verwarmingsketel af te voeren en aan de daarvoor vereiste specificaties voldoet, neemt niet weg dat het product - naar in cassatie niet wordt betwist - wordt gebruikt om twee buizen of buisvormige delen met elkaar te verbinden. Het bestreden oordeel is ook niet onbegrijpelijk.
Het middel faalt ook voor het overige. 's Hofs oordeel dat het onderhavige product een deel voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV is en daarom ingevolge aantekening 2 op afdeling XVI niet valt onder post 8403 of 8404, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de term 'deel voor algemeen gebruik' in voormelde zin. Volgens de omschrijving van deze term in eerstbedoelde aantekening is voor het aanmerken van het onderhavige product als deel voor algemeen gebruik immers voldoende dat het - behoudens de grondstof waarvan het wordt gemaakt - voldoet aan de omschrijving van de artikelen die vallen onder de met post 7609 vergelijkbare post 7307.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2006.