ECLI:NL:HR:2006:AU5709
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep voortzetting schuldsaneringsregeling wegens ontbreken gronden
Verzoeker werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Na verificatie en behandeling van de zaak besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling voort te zetten en stelde een saneringsplan vast. Tevens werd vastgesteld dat verzoeker toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de regeling, waardoor geen toepassing werd gegeven aan artikel 354 lid 2 van Pro de Faillissementswet.
Verzoeker stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam tegen dit vonnis. Na behandeling verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden van beroep. Hiertegen stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep.