ECLI:NL:HR:2006:AU5785
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing bewaring edelsteen en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling
In deze strafzaak werd de verdachte vrijgesproken van diefstal en heling van een edelsteen van 3,63 karaat briljant. Het hof gelastte echter de bewaring van deze edelsteen ten behoeve van de rechthebbende, omdat het oordeel was dat de benadeelde partij niet als rechthebbende kon worden aangemerkt. De verdachte stelde dat hij eigenaar was, met bewijsstukken over de herkomst van de diamant.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet voldoende had onderzocht of aannemelijk was dat de verdachte geen recht had op de edelsteen. Het hof liet onterecht in het midden of de diamant toebehoorde aan de verdachte en/of diens familie, terwijl het had moeten onderzoeken of de verdachte als rechthebbende kon gelden.
Verder wees de Hoge Raad het geschrift van de benadeelde partij af omdat het niet voldeed aan de eisen van art. 437 lid 3 Sv Pro. De zaak wordt vernietigd voor zover het de bewaring van de edelsteen betreft en verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en beslissing. De rest van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover de bewaring van de edelsteen is gelast en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.