ECLI:NL:HR:2006:AU6514
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- R. Herrmann
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken memorie van grieven
In deze zaak vorderde de Ontvanger van de Belastingdienst betaling van een bedrag van ƒ 61.416,--, vermeerderd met invorderingsrente, van eiser. De rechtbank wees de vordering toe. Eiser stelde hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Tijdens de procedure stelde de procureur van eiser zich onttrokken en werd de akte non-conclusie verleend wegens het ontbreken van een memorie van grieven. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk bij arrest van 27 juli 2004. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden, mede omdat het ontbreken van een memorie van grieven een formele vereiste is voor ontvankelijkheid in hoger beroep. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en wees het cassatieberoep af. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiser in de kosten van het geding in cassatie.
De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en correct indienen van processtukken in hoger beroep en bevestigt de strikte toepassing van procesrechtelijke regels omtrent ontvankelijkheid.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken memorie van grieven en wijst cassatieberoep af.