ECLI:NL:HR:2006:AU6787
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding en bewijs in opiumzaak ondanks wijziging tenlastelegging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De verdachte voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld was voor zijn aanhouding, en dat daardoor het bewijs, verkregen via een onderzoek aan zijn kleding, uitgesloten moest worden. Ook werd geklaagd over een procedurele fout in de wijziging van de tenlastelegging.
Het hof stelde vast dat de politie op 13 september 2002 verdachte herhaaldelijk observeerde in de buurt van de Paardenmarkt te Alkmaar, een locatie bekend om drugshandel. De verdachte werd gezien met gebruikers en vertoonde een opvallende verdikking bij zijn geslachtsdeel. Op grond hiervan achtte het hof de aanhouding rechtmatig en oordeelde dat er ernstige bezwaren waren voor het kledingonderzoek. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het middel dat bewijsuitsluiting beoogde.
Daarnaast werd erkend dat het verkort arrest niet vermeldde dat de tenlastelegging in eerste aanleg was gewijzigd, hetgeen een kennelijke misslag was. De Hoge Raad las het verkort arrest met verbetering van die misslag en oordeelde dat de bewezenverklaring niet anders kan worden uitgelegd dan dat het hof heeft beraadslaagd op de gewijzigde tenlastelegging. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van vier maanden gevangenisstraf gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet.