ECLI:NL:HR:2006:AU6931

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/317HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontbinding aannemingsovereenkomst zonder ingebrekestelling na verwijzing

In deze zaak stond de ontbinding van een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een destillatietoren centraal, waarbij de vraag speelde of ontbinding zonder ingebrekestelling mogelijk was. Na eerdere vernietiging door de Hoge Raad en verwijzing naar het hof, heeft het hof het vonnis van eerste aanleg vernietigd en de overeenkomst ontbonden zonder ingebrekestelling. Tevens werd eiseres veroordeeld tot schadevergoeding en terugbetaling van reeds betaalde bedragen.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De klachten van eiseres werden niet ontvankelijk verklaard en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van het hof en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak bevestigt de mogelijkheid tot ontbinding van een aannemingsovereenkomst zonder ingebrekestelling onder de omstandigheden van het geschil en benadrukt de rechtszekerheid en consistentie in de rechtspraak omtrent dit onderwerp.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de ontbinding van de aannemingsovereenkomst zonder ingebrekestelling wordt bevestigd.

Uitspraak

3 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C04/317HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. dr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. GLASSINSTRUMENTS B.V.,
beide gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in voorgaande instanties
Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster 1] en GI - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 4 oktober 2002, NJ 2003, 257.
Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 oktober 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam.
[Verweerster 1] en GI hebben bij exploot van 4 februari 2003 [eiseres] opgeroepen te verschijnen voor het gerechtshof te Amsterdam teneinde verder te procederen na verwijzing door de Hoge Raad.
Bij arrest van 22 juli 2004 heeft het Hof:
in het principaal appèl:
- GI niet-ontvankelijk verklaard in haar appel van het vonnis waarvan beroep voorzover in conventie gewezen;
- dit vonnis vernietigd voorzover het tussen [eiseres] en [verweerster 1] in conventie en tussen [verweerster 1] en GI enerzijds en [eiseres] anderzijds in reconventie is gewezen;
en opnieuw rechtdoende:
in conventie
- de vorderingen van [eiseres] afgewezen;
in reconventie
- de ten processe bedoelde, tussen [eiseres] en [verweerster 1] gesloten overeenkomst ontbonden;
- [eiseres] veroordeeld tot vergoeding aan [verweerster 1] en GI van de door dezen geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
in conventie en reconventie
- [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerster 1] respectievelijk GI terug te betalen, hetgeen [verweerster 1] in conventie respectievelijk [verweerster 1] en GI in reconventie ingevolge voormeld uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis aan hoofdsommen, rente, proces- en executiekosten hebben voldaan, te weten een (totaal) bedrag van € 96.675,13 (ƒ 213.043,96) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 6 maart 1998 tot op de dag van terugbetaling;
in het incidenteel appel
- het beroep verworpen;
in het principaal en incidenteel appel
- [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep aan de zijde van [verweerster 1], respectievelijk [verweerster 1] en GI zoals in het arrest is vermeld.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster 1] en GI hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster 1] en GI mede door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en GI begroot op € 2.421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 februari 2006.