ECLI:NL:HR:2006:AU7141
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over toepassing art. 6 EVRM bij verzetprocedure tegen verhaal administratieve sanctie
De zaak betreft een betrokkene die een administratieve sanctie opgelegd kreeg wegens een gedraging geconstateerd op kenteken. Nadat de sanctie niet tijdig was voldaan, werd het bedrag verhoogd en is verhaal genomen door de Officier van Justitie. De betrokkene deed verzet tegen het verhaal, maar dit werd door de Kantonrechter ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de betrokkene beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden, waarbij hij verzocht om matiging van het griffierecht.
Het hof matigde het griffierecht en de zekerheidstelling aanzienlijk, met het oog op het recht op toegang tot de rechter, en stelde een lager bedrag vast. De Advocaat-Generaal stelde cassatie in het belang der wet tegen deze matiging, stellende dat noch de WAHV noch de WTBZ het hof bevoegdheden geven tot matiging van griffierecht of zekerheidstelling.
De Hoge Raad oordeelt dat de verzetprocedure slechts ziet op het onderzoek naar de rechtmatigheid van de inning door verhaal, en niet op de rechtmatigheid van de sanctie zelf. Daardoor betreft deze procedure geen "criminal charge" of "determination of civil obligations" in de zin van art. 6 EVRM Pro. Dit artikel is daarom niet van toepassing op deze procedure. De matiging door het hof berust op een onjuiste rechtsopvatting en de bestreden beschikking wordt vernietigd.
De Hoge Raad bepaalt dat deze beslissing geen nadeel toebrengt aan de rechten van de betrokkene en bevestigt daarmee de wettelijke grenzen van griffierecht en zekerheidstelling in deze procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en oordeelt dat art. 6 EVRM niet van toepassing is op de verzetprocedure tegen verhaal van administratieve sancties.