ECLI:NL:HR:2006:AU7499
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over loonbetaling bij arbeidsongeschiktheid en schuldeisersverzuim werknemer
De zaak betreft een executiegeschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever Recticel over de betaling van een bij vonnis toegewezen loonvordering. De werknemer was op staande voet ontslagen, maar het ontslag werd nietig verklaard. De werknemer vorderde betaling van loon vanaf de ontslagdatum, vermeerderd met wettelijke rente en verhogingen.
De werkgever stelde dat zij slechts gehouden was tot betaling van loon gedurende het eerste ziektejaar, omdat de werknemer vanaf die datum arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving. De werknemer weigerde echter een gespecificeerde opgave te verstrekken van de ontvangen uitkeringen, waardoor de werkgever niet kon vaststellen welk bedrag zij moest verrekenen.
De rechtbank en het hof stelden dat de werknemer in schuldeisersverzuim verkeerde en dat de werkgever daarom de executie mocht staken. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de werknemer en verklaarde het incidentele beroep van de werkgever niet-ontvankelijk. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de werkgever niet alsnog haar verweer over de loondoorbetaling na het eerste ziektejaar mocht aanvoeren.
Uitkomst: Werknemer verkeert in schuldeisersverzuim door het niet verstrekken van gespecificeerde opgave van ontvangen uitkeringen, waardoor werkgever de executie mag staken.