ECLI:NL:HR:2006:AU7935
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kwalificatie haargroeimiddel als geneesmiddel en relativiteitsvereiste
De zaak betreft een geschil tussen Pharmacia en Cosmétique over de vraag of de haargroeimiddelen Dercos en Kérastase, die Aminexil bevatten, als geneesmiddelen in de zin van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WGV) moeten worden aangemerkt. Pharmacia stelt dat deze middelen onrechtmatig worden verhandeld omdat zij niet als geneesmiddel geregistreerd zijn, anders dan haar eigen middel Regaine met Minoxidil.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en benadrukt dat het begrip geneesmiddel moet worden uitgelegd conform Europese richtlijnen, waarbij zowel het aandienings- als het toedieningscriterium van belang zijn. Het hof had zich beperkt tot de aangekondigde werking van de middelen en had niet onderzocht of de middelen daadwerkelijk een reële inwerking op organische functies hebben, hetgeen volgens de Hoge Raad onjuist is.
Het hof had geoordeeld dat Dercos als geneesmiddel moet worden beschouwd vanwege de wijze van presentatie, maar Kérastase niet. De Hoge Raad stelt dat ook Kérastase als geneesmiddel kan worden aangemerkt indien het een reële inwerking heeft, ongeacht de presentatie. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de WGV primair de volksgezondheid beschermt en niet de eerlijke mededinging tussen producenten.
De Hoge Raad vernietigt de arresten van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te Arnhem. Het incidentele cassatieberoep van Cosmétique wordt verworpen. De kosten van het cassatiegeding worden aan Cosmétique opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de arresten van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de kwalificatie van de middelen als geneesmiddel nader moet worden onderzocht.