ECLI:NL:HR:2006:AU8112
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid benadeelde partijen in complexe schadevorderingen bij overtreding Wtk 1992
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992. De benadeelde partijen hadden vorderingen tot schadevergoeding ingediend, maar deze werden door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege de complexiteit van de vorderingen. Het hof bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, stellende dat vragen over causaliteit, hoogte van de schade en eigen schuld van de benadeelden niet eenvoudig binnen het strafproces kunnen worden beoordeeld.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het overtreden voorschrift niet op hem als werknemer van toepassing zou zijn, maar de Hoge Raad oordeelde dat artikel 82 Wtk Pro 1992 zich tot eenieder richt en verwierp dit verweer. Ook het middel van de benadeelde partijen dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard, faalde omdat de vorderingen te complex waren voor behandeling in het strafproces.
De Hoge Raad concludeerde dat geen van de cassatiemiddelen slaagde en verwierp het beroep. Daarmee blijft de veroordeling en de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun schadevorderingen gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen en de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in hun schadevorderingen werd bevestigd.