ECLI:NL:HR:2006:AU8278
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens afgebroken onderhandelingen over bedrijfsovername
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen Budé Holding Meerssen Maastricht B.V. en Geju Beheer B.V. een overeenkomst tot stand was gekomen over de overname van een bedrijf en of het afbreken van onderhandelingen onrechtmatig was.
Geju had primair een overeenkomst geëist, subsidiair de hervatting van onderhandelingen en meer subsidiair een schadeloosstelling wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank wees alle vorderingen af. Het hof vernietigde dit vonnis en kende de meer subsidiaire schadeloosstelling toe, stellende dat Budé onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen af te breken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de meer subsidiaire vordering had toegewezen omdat daartegen geen grief was gericht in het hoger beroep en daarmee buiten de rechtsstrijd viel. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Geju in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de vordering van Geju afwijst.