ECLI:NL:HR:2006:AU8281
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appèldagvaarding wegens ontbreken onderzoek verblijfplaats verdachte
In deze strafzaak betrof het een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte bij verstek was veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf voor subsidiaire opzetheling. De dagvaarding in hoger beroep was uitgereikt aan de griffier omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten onderzoeken of de verdachte, die ten tijde van de betekening gedetineerd was, als bekende verblijfplaats de penitentiaire inrichting moest worden toegerekend. Dit onderzoek ontbrak, waardoor het oordeel dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, niet met redenen was omkleed.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verklaarde de dagvaarding in hoger beroep nietig. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van een rechtsgeldige dagvaarding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appèldagvaarding nietig wegens het ontbreken van onderzoek naar de verblijfplaats van de gedetineerde verdachte.