ECLI:NL:HR:2006:AU8300
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks procedurele gang in VS bij moordzaak
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon uit Nederland aan de Verenigde Staten wegens moord en samenzwering tot moord. De verdachte was in de VS al schuldig bevonden door een jury, maar het vonnis werd geseponeerd zonder prejudice vanwege een mogelijke beïnvloeding van de jury door de officier van justitie.
Later werd een getuige getraceerd, waarna de VS opnieuw om uitlevering verzocht om de vervolging te hervatten. In Nederland werd betoogd dat op grond van artikel 5 sub b van Pro het uitleveringsverdrag uitlevering niet mogelijk was omdat er geen nieuwe vervolging mogelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de procedure in de VS niet gelijkwaardig is aan het Nederlandse bewijssepot en dat de nieuwe vervolging mogelijk is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de verdachte. De uitlevering werd toelaatbaar verklaard omdat de procedurele gang van zaken in de VS geen beletsel vormt voor uitlevering onder het verdrag. Het beroep werd verworpen en de uitlevering kon doorgaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde de uitlevering toelaatbaar.