ECLI:NL:HR:2006:AU8325
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens tussentijds appel in bevoegdheidsincident
In deze zaak vordert Nationale-Nederlanden dat eiseres als materieel werkgever aansprakelijk wordt gesteld voor schade voortvloeiend uit een arbeidsongeval. Eiseres stelt een exceptie van onbevoegdheid in op grond van een arbitraal beding en verzoekt de rechtbank zich onbevoegd te verklaren. De rechtbank verwerpt deze exceptie en verklaart zich bevoegd. Eiseres stelt hiertegen hoger beroep in, maar het hof verklaart haar niet-ontvankelijk in dit tussentijds hoger beroep.
Eiseres wendt zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad overweegt dat een vonnis waarin een rechter een exceptie van onbevoegdheid verwerpt een tussenvonnis is en dat tussentijds hoger beroep daartegen in beginsel is uitgesloten, tenzij de rechter anders bepaalt. Het arrest van het hof is een tussenarrest omdat het niet het einde van het geding betekent. Tussentijds cassatieberoep tegen een dergelijk tussenarrest is eveneens uitgesloten, tenzij anders bepaald.
De Hoge Raad bevestigt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep omdat het hof niet anders heeft bepaald. De Hoge Raad wijst erop dat de regels omtrent tussentijds beroep strikt zijn en dat de mogelijkheid bestaat dat de rechter partijen toestaat tussentijds beroep in te stellen. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens uitsluiting van tussentijds cassatieberoep tegen het tussenarrest.