ECLI:NL:HR:2006:AU9218

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/309HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtsgeldigheid overeenkomst en nietigheid wegens strijd met goede zeden

Tepede Holding B.V. en [verweerder] sloten op 12 april 1999 een overeenkomst. [Verweerder] vorderde nakoming en betaling van een bedrag van ƒ 600.000,--. De rechtbank veroordeelde Tepede tot nakoming en betaling van € 272.268,12, vermeerderd met rente, en stelde voorwaarden omtrent aandelenoverdracht.

Tepede stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde het vonnis. Tepede stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of de overeenkomst nietig was wegens strijd met de goede zeden, in verband met een kick-back regeling die mogelijk neerkwam op belastingontduiking.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. Het beroep werd verworpen en Tepede werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de rechtsgeldigheid van de overeenkomst en de veroordeling tot betaling en nakoming in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Tepede Holding B.V. wordt verworpen en de rechtsgeldigheid van de overeenkomst blijft in stand.

Uitspraak

27 januari 2006
Eerste Kamer
Nr. C04/309HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TEPEDE HOLDING B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Heijningen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 18 februari 2000 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Tepede - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage. Na vermeerdering van eis heeft [verweerder] nakoming gevorderd van een tussen partijen op 12 april 1999 gesloten overeenkomst, alsmede betaling van een bedrag van ƒ 600.000,--, met wettelijke rente en kosten.
Tepede heeft de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 1 augustus 2001 gehouden comparitie van partijen heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 oktober 2002 Tepede veroordeeld de op 12 april 1999 met [verweerder] gesloten overeenkomst na te komen en aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 272.268,12, te vermeerderen met de wettelijke rente als in dat vonnis nader omschreven, desgewenst tegen gelijktijdige overdracht door [verweerder] aan Tepede van het met voormelde hoofdsommen corresponderende percentage aan aandelen in Art Color B.V., zoals nader omschreven in de tussen partijen gesloten overeenkomst van 12 april 1999.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft Tepede hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 13 juli 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Tepede beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Tepede heeft op 17 november 2005 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Tepede in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.159,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 januari 2006.